Kerst 2018 Julianastraat
menu

100 Jaar geschiedenis

De Dijkgraaf

Water in de Julianastraat.

Wist u dat er water heeft gelopen in de Julianastraat? De Dijkgraaf was de naam van die sloot. Hij liep vanuit Veenendaal langs de weg met de naam Dijkgraaf, langs Pomona, en dan in een s-bocht langs de Dijkgraafseweg tot aan de Bergpoort. Daar kwam hij uit in de stadsgracht. Ter hoogte van de Van Eckstraat lag een brug over dit watertje. Een vrouw, geboren in 1923, die opgroeide in een woning tegenover deze brug: “Als kind speelde ik veel buiten. Wij zaten vaak op de brug over de Dijkgraaf. Knikkeren, tollen, hinkelen, verstoppertje spelen en touwtje springen behoorde tot ons vertier.” Jan, geboren in 1942: “Als kind speelde ik vaak aan het water van de Dijkgraaf, kikkervisjes vangen en zo. In de 60-er jaren is het sloot tussen Pomona en de Bergpoort gedempt. Waarom? De sloot raakte verstopt met afval. In plaats van dit op te ruimen hebben ze de sloot maar dichtgegooid.”  

Al vóórdat onze huizen gebouwd werden, waarschuwde men al voor wateroverlast. Hoe kun je nou huizen gaan bouwen op het diepste punt van Wageningen? Toen de Vereniging Volkswoningbouw de grond in maart 1914 had aangekocht, reageerde gemeenteraadslid Van Lonkhuizen met de opmerking dat deze grond in een zak met hoge grondwaterstand lag. De Vereniging had beter grond ten oosten van de Grindweg (de oude naam van de Churchillweg) kunnen kopen (Rietveld 1999).

Oorspronkelijk hadden alle woningen een kelder. Dat zou een luxe moeten zijn. Bestemd voor het bewaren van de wintervoorraad. De weck kon er wel tegen. Maar voor de aardappels moest men een andere oplossing zoeken. De kelders stonden immers meestal onder water.

Nog steeds is het vocht een groot probleem. Van de meeste huizen zijn de rottende houten vloeren dan ook vervangen door betonnen. Niet geïsoleerd, dus altijd koud aan je voeten.

En wie weet er nog dat de hele straat onder water heeft gestaan? Dat was voordat de Dijkgraaf is gedempt. [Hanneke heeft een foto van de overstroomde straat, jaren 50 als ik mij goed herinner]

Bijschrift bij foto: Deze foto toont de brug over de Dijkgraaf, met gemetselde brugleuningen. Je kijkt de Van Eckstraat in. In de rechter berm twee koeien. De leuningen hebben dezelfde ronding als die van de nog bestaande brug over de nog open Dijkgraaf bij Pomona.

bries heijnen

Plattegrond 

Plattegrond 

De winkels van toen

Winkel rijtje 

100 jaar het poortje

Poort Julianastraat Wageningen in oude glorie hersteld- Een bakstenen poort tussen woningen in de Julianastraat is weer terug in de originele staat uit 1915. De poort maakt deel uit van de arbeiderswoningen die in 1915 gebouwd werden in de Julianastraat welke weer onderdeel zijn van wijk die bekend werd onder de naam Roode Dorp.

Op onderstaande foto's is te zien hoe een klimop de poort in de loop der jaren heeft overwoekerd. Inmiddels is de klimop verwijderd en is de poort weer in oude luister hersteld.

De bewoners van de Julianastraat vieren dit jaar het honderdjarig bestaan van de straat met een tweetal feesten. De woningen zijn destijds gebouwd dankzij de sociale woningbouw en de woningwet uit 1902 die zorgden voor betere leefomstandigheden voor arbeiders.      

Bouwen en verbouwen

Het karakteristieke gevels van de jarige huizen aan de Julianastraat zijn in 100 jaar niet veel veranderd.

Toch is er in de loop der jaren wel wat verbouwd.

Tijdens de bominslag aan de Beekstraat op 26 maart 1943 liepen de jarige huizen slechts lichte schade op – voornamelijk gebroken glas.

Woningen aan de Van Eckstraat en verder noordelijk aan de Julianstraat, Matenstraat en Vanenburgstraat waren zwaarder beschadigd, die aan de Beekstraat volledig verwoest.

(Die huizen lagen dichter bij de bomkrater, maar waren mogelijk ook minder duurzaam gebouwd dan de oudste woningen van het Roode Dorp.)

Kadastrale kaart van het Roode Dorp in de jaren 40. De rode, zwarte en half zwarte huizen zijn zo zwaar beschadigd door de bominslag dat zij werden gesloopt.

Tijdens WOII was er echter een groot gebrek aan bouwmateriaal in Wageningen, mede omdat ook op de markt al gebouwen waren verwoest.

De gemeentelijke Gemachtigde Wederopbouw, de heer Ringers, legde dan ook beslag op alle puin dat hij in Wageningen kon vinden.

Nog geen vier dagen na de ramp in het Roode Dorp stuurde hij een aangetekende brief met de tekst “zegt de burgemeester van de gemeente Wageningen aan, dat hij overgaat tot onteigening, ten name van de gemeente Wageningen van het puin en de verdere restanten van opstallen der percelen welke in den nacht van 26 op 27 maart geheel of nagenoeg geheel zijn verwoest.

Het is de bedoeling dat de afkomende materialen zoveel mogelijk worden gebruikt voor de wederopbouw van de vernielde gebouwen.”

Een half jaar later ging ook het bezit van de nog overeind staande woningen in het Roode Dorp over van de Vereniging Volkswoningbouw naar de gemeente.

Mede aanleiding daarvoor was de wens om het onderhoudswerk van alle in de gemeente bestaande woningwetwoningen – dus niet alleen die in het Roode Dorp - te centraliseren uit oogpunt van efficiëntie. Op 25 januari 1944 richtte het gemeentebestuur vervolgens de gemeentelijke Woningstichting op (Stichting Centraal Woningbeheer) die het onderhoudswerk voor haar rekening zou nemen.

Vandaag hebben de oudere bewoners van de Julianastraat nog steeds het idee dat zij huren van ‘de gemeente’.

‘De gemeente’ verving vervolgens de dakpannen en legde in de jaren 50 eindelijk riolering aan.

Al sinds de jaren 30 werd er gepleit voor riolering in het Roode Dorp, toen het enige deel van Wageningen dat nog niet was aangesloten op het gemeentelijke riool (dat voor toenmalige begrippen ‘netjes’ loosde op de Rijn).

De gemeenteraad vond riolering in het Roode Dorp echter ‘een geweldig netelige kwestie vanwege het verval’, lees de lage ligging van het Dorp. Voor de komst van het riool in de jaren 50 waren de jarige huizen aan de Julianastraat voorzien van latrines. Steeds twee huizen deelden een latrineput die bekleed was met metselwerk, vermoedelijk vanwege de hoge grondwaterstand. Elk huis had zijn eigen toilethokje met een houten zitting, van waaruit een buis naar de gemeenschappelijke latrineput liep.

Wanneer de put vol was, moest je hem leegscheppen en de gier met emmers naar buiten dragen.

Via de woonkamer (!), gang en voordeur naar een wagen die het spul kwam ophalen. Er zouden echter ook bewoners zijn  die hun latrine leegden in ‘een poldergracht’.

Eén vrouw herinnert zich dat vader aan de Dijkgraafseweg de toiletemmer leegde in de tuin.

Tijdens de renovatie van de daken na WOII sneuvelden volgens een oud bewoner ook twee stenen pilaren waarop een wereldbol.

Deze pilaren stonden op de aanhechting van het gewone dak op de twee hoge puntgevels boven huizen nrs 93 en 103, dus aan weerszijden van het tunneltje tegenover de Dijkgraafseweg.

Ze stonden 8 dakpannen vanaf de dakgoot en waren ongeveer 60 x 20 x 20 cm groot.

De pilaren zijn nooit teruggeplaatst.

Julianastraat nrs 91 t/m 97 eind 60er of begin 70er jaren. Even boven de regenpijp stond eerder een pilaar. Let op de gedeelde ramen en de klaprichting van de ramen in de dakkapel.  

Ramen zijn verscheidene keren veranderd. In de jaren dertig hadden de dakkapellen aan de voorzijde nog naar boven openklappende ramen. Eind jaren 60 klappen deze ramen naar opzij. Tegelijkertijd bestonden de woonkamerramen zowel voor als achter nog elk uit 16 kleine ruiten, 8 aan elke kant van een middenpijler.

Ook de andere ramen bestonden toen nog uit kleine vakjes. Nu hebben de woonkamers voor en achter één grote ruit met bovenin twee klapraampjes.

In de jaren 80 werden de kleine dakkapellen aan de achterzijde vervangen door iets grotere.

Daarbij delen steeds twee woningen één dakkapel.

Mijn buurman herinnert zich nog dat de werklui tijdens het plaatsen met verbazing constateerden dat zijn huis en slaapkamervloer 20 cm lager lag dan het mijne.

Dus zit de vensterbank bij hem op borst- en bij mij op buikhoogte. De jarige huizen zijn immers allemaal verschillend. Dubbel glas heeft de Woningstichting overigens nog nooit geplaatst, tenzij op verzoek en op kosten van de betreffende bewoner

Julia’s hofje nrs 63 t/m 77 in de jaren 20. De ramen zijn onderverdeeld en klappen in de dakkapellen naar boven

De hofjes richting zuiden in 1921 of vlak daarna. Let op de klaprichting van de ramen in de dakkapellen en de ijzeren hekken rond de tuinen van de hofjes. Zulke hekken stonden ook rond de (nu verdwenen) voortuinen van de aan de straat gelegen huizen.

Fotos tonen ijzeren hekken rond de tuinen in de hofjes en rond de voortuinen die huizen aan de straat tot halverwege de 20e eeuw hadden.

De voortuinen aan de oneven kant verdwenen om ruimte te scheppen voor een stoep.

Als je goed kijkt kun je nog zien waar de ijzeren voortuinhekjes in de muren zaten.

De woonkamer van elk huis was aanvankelijk onderverdeeld in een voor- en achterkamer. Op een gegeven moment is echter de tussenmuur verwijderd om een grotere woonkamer te scheppen.

In 1972 werden de aangebouwde keuken- en toilethuisjes, met puntdak, vervangen door een grotere aanbouw met plat dak.

De nieuwe aanbouw huisvest een keuken, douche, toilet en stenen berging. Op de foto in het hoofdstuk over tuinen zijn de oude aanbouwen goed te zien. Hier een foto van de nieuwe, op de hoek Julianastraat-Van Eckstraat.

De nieuwe aanbouw vlak na de oplevering in 1972

Isolatie heeft de Woningstichting helaas nog steeds niet aangebracht in de jarige huizen.

Aan het noordeinde van de Julianastraat, bij de huizen met platte daken, heeft zij net een groot bord opgehangen waarop staat dat hier 99 woningen label A++ zonder huurverhoging krijgen. Dat de 75 jarige huizen verderop in de straat wél 2,5 tot 5 % huurverhoging krijgen, met behoud van energielabel G tot F (afhankelijk van de windrichting van de keuken) wordt wijselijk verzwegen.

Vele bewoners investeerden zelf flink in het verbeteren van hun woning.

Sommigen plaatsten op eigen kosten dubbel glas of voorzetramen, timmerden houten schotten van binnen tegen hun voor- en achtergevel, legden glaswol op de vliering van hun zolder, installeerden zonnepanelen, of bouwden een serre tegen de achterkant van hun woning.

Vooral dit laatste blijkt zeer populair.

Deze mensen hopen nog lang in hun ‘zelfgebouwde’ huis te kunnen blijven.

De pittoresque gevels van de jarige huizen bepalen al 100 jaar het straatbeeld van Wageningen.

Maar om hen nog 100 jaar mee te laten gaan moet er wel wat gebeuren.

Spouwmuurisolatie is helaas geen optie want de woningen zijn ‘steens’, dat wil zeggen er is geen spouw.

Maar overal dubbel glas, zonnepanelen, dak- en vloerisolatie behoren mijns inziens wel tot de opties. En de pilaren terug op het dak van nrs 93 en 103. Misschien een leuk verjaardagscadeau?

Tekst: Dorothea Wartena

Interviews: Dorothea Wartena en Hanneke Kruit

Maya voor de laatste winkel in de straat, Kapsalon Modern. Tegenwoordig in de Matenstraat.

Sport en spel in de Julianastraat

Het was vroeger heel gezellig aan de Julianastraat!

Overal werd samen gespeeld, vooral buiten.

Weten jullie dat er vroeger een sloot liep langs de straat met kikkervisjes die je kon vangen en bruggen waar je leuk kon spelen? Kinderen uit de hele buurt kwamen samen om er te spelen.

Ook werd er veel samen gespeeld in het grotere hofje!

Kinderen spelen op straat en in het parkje aan de even kant.

En wat speelden ze dan? Een oude vrouw die aan de hoek met de van Eckstraat woonde verteld: “Tollen. Als één kind aan het tollen was, rende je naar huis om een halve cent te vragen want dan wilde je ook een tol kopen. En knikkeren. Maar als je keps werd gezet bij het knikkeren dan had je niets meer.” ‘Keps’ is een oud Wagenings woord dat betekend dat je blut bent, bijvoorbeeld bij het knikkeren.

Ook gingen wij graag hinkelen en touwtje springen. En s’avonds speelden wij vaak verstoppertje. Maar dan stond mijn moeder altijd te roepen dat we binnen moesten komen.”

Er waren toen veel bosjes in en om de Julianastraat waar je je goed kon verstoppen. Bijvoorbeeld aan de Lawickse Allee. 50 jaar geleden was hotel Hof van Wageningen er namelijk nog niet.

Eén jongen herinnert zich dat hij vlak na de 2e wereldoorlog ondergrondse hutten bouwde en verloren oorlogstuig zocht in ‘het bosje’ tussen de gracht en de Lawickse Allee: “Mijn vriendjes uit de Julianastraat en wat verderop in het ‘Rooie Dorp’ waren gewend aan het ‘spannende’ van de oorlog. Allerlei oorlogstuig was dikwijls ons speelgoed en we wisten het ook overal te vinden. Geweerpatronen, granaten, stenguns, geweren en bajonetten!

Op bergplaatsen onder de grond hadden wij hutten gemaakt, in ‘het bosje’ tussen de Lawickse Allee en de Gracht. Normaal speelgoed was er toen nog niet en een bal hadden we al heel lang niet meer gezien! Dus met wat voor de hand lag, daar speelden we mee.” Hij had ook een tamme witte rat, Pietje. Maar op een dag “

Was ik wel teleurgesteld in Pietje toen hij een mooie varkensblaas, waar we mee voetbalden, had opgevreten.” (Henk Slotboom in Wagezine, e-blad over historisch Wageningen)

De kinderen en volwassenen aan de Julianastraat waren vroeger heel sportief. Er werd veel samen gevoetbald. De Wageningse voetbalvereniging ONA’53 is opgericht door bewoners van de straat. En weten jullie dat er 81 jaar geleden een miniatuur wielerbaan was aan de Julianastraat, waar een groep jongens trainde om wielrenner te worden? Er werden wielraces gehouden op de Julianastraat. Gemeenteraadslid Geldhoff was onder de indruk van de hoogte van de baan, en stelde voor een kleine afzetting te plaatsen en het terrein vrij te geven voor de trainende fietsers.

Ook bespeelden vele bewoners van de Julianastraat zelf een muziekinstrument, en sommigen zaten in bandjes. 89 jaar geleden vormden drie jongens uit de Julianastraat het gitaartrio de Rhodesia’s.

Zij speelden hun ’geestige en originele liedjes’ voor de radio en op toneel, en men vond al spoedig dat zij net zo goed speelden als beroepsartiesten. En eind jaren 1960 richten 5 jongens uit de Julianastraat en omgeving de bekende Beatband Les Souris op.

Met zang, drums, (bas)gitaren en een VW busje trokken zij door heel Nederland om op te treden. De Julianastraat heeft al veel talent voortgebracht!

Het busje van beatband Les Souris op het kruispunt Julianastraat-Dijkgraafsweg.

Tuinen en hekken

Een kijkje áchter de jarige huizen

De eerste jaren lag het Roode Dorp - Julianastraat, Matenstraat, Vanenburgstraat en Van Eckstraat - als een dorpje buiten de stad. Vanaf de Dijkgraafseweg (nu Rooseveltweg) tot aan de Binnenhaven, vanaf de Lawickse Allee tot aan Pomona was er verder alleen maar groen. De huizen hadden dan ook allemaal een tientallen meters diepe achtertuin.

Het Roode Dorp in 1932. Het westelijke gedeelte van de Van Eckstraat en Beekstraat en het noordelijke gedeelte van de Matenstraat en Vanenburgstraat zijn er al, de Indische buurt en de Irenestraat nog niet. De Bernardstraat is slechts een pad.

“Die tuin konden wij niet missen, want daar aten wij de hele winter van” vertellen oud-bewoners. Aardappels en een heel assortiment aan andere groenten werden er verbouwd. Veel mensen hielden ook kippen en duiven in hun achtertuin, en volgens de oudste bewoners waren ook varkens geen zeldzaamheid. Sommigen verhuisden speciaal vanuit een flatje naar de Julianastraat, waar ze wél duiven mochten houden.“

Groenten en varkensvlees zetten wij in het zout of wekten wij om de winter door te komen.” Geen overbodige luxe, gezien de lage lonen die de meeste bewoners ontvingen.“

Onze boerenkolen kwamen tot aan ons middel” vertellen oud bewoners.

Nog steeds zijn de bodems aan de Julianastraat zeer rijk. Misschien het gevolg van de lage ligging aan de oevers van de Dijkgraaf, of van intensieve bemesting met kippen- en duivenmest, keukenafval en mogelijk ook de inhoud van de latrines van het Roode Dorp? Riolering werd er immers pas in de jaren 1950 aangelegd. Voor die tijd had elk huis een latrine met een gemetselde put vanwege de hoge grondwaterstand, die regelmatig geleegd moest worden. In mijn tuin komen nog elk jaar grote hoeveelheden scherven boven van glas en aardewerk, vermoedelijk het gevolg van bemesting met slecht gesorteerd keukenafval.

Oude fotos laten tevens zien dat er tot de jaren 1980 nagenoeg geen hekken rond de tuinen waren, hooguit wat gaas - om kleinvee en kinderen binnen te houden. Kletsen over het tuinhek was dan ook gemakkelijk. Ook tegels zijn tot de jaren 80 vrijwel nergens te bekennen, wel gras en veel bloemen.

Mr. Scheffer maakt tijdens het werk in zijn tuin een praatje met zijn buurman.

In de loop der jaren moesten de bewoners grote stukken van hun tuin inleveren. In 1937 werd de Indische wijk gebouwd en de tuinen aan de even kant van de Julianastraat ingekort. Later waren ook de tuinen van nrs 31 t/m 77 aan de beurt toen de woningen aan de Irenestraat verrezen. En “na 1958 snoepte de bouw van een bedrijf door aannemer Gert Heye nog een gedeelte van mijn tuin af” herinnert een oud bewoner van nr 20 zich. Halverwege de 20e eeuw verdwenen ook de voortuinen aan de oneven kant om ruimte te scheppen voor een stoep. Als je goed kijkt kun je nog zien waar de ijzeren voortuinhekjes in de muren zaten.

Begin jaren 1970 moesten nrs 99 tot 115 land achter hun huizen afstaan ten behoeve van een melkoverslagplaats van de Corberco. En in 2001 kregen als laatste ook nrs 79 tot 97 te horen dat zij het grootste deel van hun tuin moesten inleveren voor de bouw van zorgcentrum De Melkweg. Ter compensatie zou de Woningstichting een 2 m hoge schutting aan de achterzijde van de tuinen plaatsen. Een bewoner klaagt: “Ze hebben tientallen meters van onze tuin afgepakt en ons in ruil daarvoor 50 gulden gegeven om hekken te bouwen. Die grond konden ze heel duur verkopen. Dieven zijn het. Ze zijn alleen maar uit op geld!”

Mei 1978. De Irenestraat en Coberco zijn er al, zorgcentrum de Melkweg nog niet

Sommigen waren eind 20e eeuw uit zichzelf al gestopt met tuinieren en hadden hun achtertuin betegeld of er een werkplaats gebouwd. Soms had dit te maken met de dood van het familielid dat de tuin bewerkte. In een geval de echtgenote, in het ander de vader in een flat aan de Bernardstraat die groenten teelde in de tuin van zijn zoon aan de Julianastraat. Volgens andere bewoners “werden groenten in de winkel zo goedkoop dat zelf verbouwen niet meer de moeite loonde”. Mogelijk speelde ook het verlies van banen in de Wageningse fabrieken een rol.

Meerderen bouwden een werkplaats in hun tuin waar zij een ambacht uitoefenden. Gevolg: minder plaats voor groen. Wat er nog over is van de Julianastraat-tuinen is nu grotendeels betegeld of gevuld met schuren, en gras zie je bijna niet meer.

De meeste erven zijn nu rondom omgeven door 2 m hoge schuttingen. De nog lage tussenschotten tussen de erven van nrs 79 t/m 93 zijn een uitzondering. Kletsen en burenhulp over het tuinhek wordt een zeldzaamheid.

Burenhulp over het nog lage hek tussen nr 89 en 91. Op de achtergrond de Melkweg en het hoge hek dat werd gegeven ter ‘compensatie’ voor het ingeleverde land.